clear clear clear clear clear clear clear
Joost Maréchal
Home
line
Joost Maréchal
   > Keramist
   > Glazenier
   > Kunstschilder

line
Portfolio
   > Keramiek
   > Glasramen
   > Schilderijen
line
Het atelier
line
Handtekeningen &
merken

line
Biografie
line
Tentoonstellingen
line
Links
line
Blog
line
Contact
line
 
 
  Keramist

Omstreeks 1940 heeft Joost Maréchal zich de basistechnieken van keramiek – draaien en glazuren – eigen gemaakt. Uit die periode stamt een reeks borden met een stralend diepblauw glazuur waarop afbeeldingen van gestileerde planten of dieren in sgraffito-techniek aangebracht zijn. Met dezelfde stilering beschildert hij borden en kommen die daarna met een transparant glazuur bedekt worden. Soms worden kleine reeksen vazen, serviesgoed en broches met gietvormen gemaakt.

Maréchal herontdekt het aloude ringeloren of 'tuberen'. Met deze techniek brengt hij eigentijdse en gepersonaliseerde tekeningen of teksten op sierborden en tegels aan. De vraag ernaar is nauwelijks bij te houden.

Hij koopt weldra niet langer kant-en-klare glazuren maar ontwikkelt unieke recepten om nieuwe kleuren, picturale diepte en schakeringen te realiseren. Bijzondere lusterglazuren verkrijgt hij door het reducerend – dat wil zeggen ‘zuurstofarm’ – bakken. De vage tinten leven op door metaalglanzen.

Midden de jaren 1950 krijgt het werk een zuiver artistiek en tijdloos karakter. Hij creëert strakkere vormen waarop de diverse glazuren, waarmee hij eindeloos experimenteert, het best tot hun recht komen.

Omstreeks 1956 komt hij via het reducerend bakken tot het verrassend picturale ‘rookglazuur’. Door het toevoegen van chemische stoffen in de oven ontstaat een sterke rookontwikkeling die het zuurstofgehalte vermindert. De zwarte rook zet zich af op de voorwerpen, waardoor een grillig en onvoorzien patroon van zwart-grijze wolken ontstaat. Voor de berookte vazen bedenkt Maréchal een eigentijds silhouet: een slanke kegelvormige vaas. Soms accentueert een bolle kom of een brede kraag de smalle opening. Andere berookte vazen en schalen beschildert hij met zwarte silhouetten van mensen en dieren.

Na het tweekleurenwerk en het rookglazuur creëert Maréchal een beperkte reeks vazen met ongewone contouren en proporties, in de wand krast hij geometrische vormen. Die reeks is een eerste stap in de sculpturale behandeling van zijn latere keramiek.

Het streven naar eenvoudige kloeke vormen en verfijnde glazuren naar eigen recept zet zich in de loop van de jaren 1960 steeds sterker door. De geestelijke verwantschap met de stille eenvoud van de Britse grootmeester Bernard Leach en de traditionele keramiek uit het Verre Oosten wordt steeds groter.

Maréchal gebruikt omstreeks 1960-1965 voor zijn serviesgoed een geschakeerd bruin-zwart glazuur dat herinnert aan het bekende Japanse tenmoku-glazuur dat Leach in de jaren 1920 in West-Europa introduceerde.

Hij draait bolle vazen met een korte hals. Op het bolronde oppervlak komen de bleke glazuren treffend tot leven Soms combineert hij twee glazuren die ongemerkt in elkaar overlopen. Een andere keer kiest hij voor het contrast tussen een glanzend en een mat glazuur.
    Joost Maréchal in zijn atelier in Eeklo | Design museum Gent

Naast siervoorwerpen en gebruiksgoed maakt Joost Maréchal ook religieuze beelden die getuigen van een ingetogen en oprechte bezieling.

Omstreeks 1955-1958 ontstaan kleine en middelgrote beelden van Onze-Lieve-Vrouw en van de gekruisigde Christus. De kleinsculptuur is, net als de gelijktijdige sierkeramiek, gekenmerkt door een strak gesloten silhouet met een sobere afwerking in één of twee glazuren. Opmerkelijk is dat Joost Maréchal afwijkt van de talloze zachtaardige madonna’s die in zovele varianten te koop zijn. Hij ontwerpt beelden en bas-reliëfs van heilige figuren die de ingetogen sfeer van de romaanse sculptuur op een moderne wijze oproepen.

Vanaf circa 1965 ontdekt Joost Maréchal het plezier van het vrije figuratieve boetseren. In groot formaat realiseert hij expressieve vrouwelijke lichamen, bustes en koppen. Hij evolueert vrij snel van een gestileerd realistische gestalte naar meer expressionistisch-kubistische sculpturen. Uiteindelijk herleidt hij het vrouwelijke silhouet tot een robuuste bijna abstracte contour. De natuur biedt hem het materiaal voor de creatie van plantaardige sculpturen met rafelige randen. Het lijkt wel of de zeeflora van koralen en wieren is gestold in grillige vormen. Het geschakeerde grijs-blauw-mauve mat glazuur verbeeldt dit quasi bevroren leven op treffende wijze.

De laatste abstracte beelden zijn opgebouwd uit grote dikke platen klei die op soepele wijze een beweging verbeelden. De textuur van de non-figuratieve sculpturen herinnert aan het verweerde oppervlak van rotsen en zwerfstenen. Vanaf 1968 treedt hij naar buiten met deze vernieuwende keramiek in indrukwekkende tentoonstellingen. Hij pakt uit met nieuwe vormen en glazuren. Naast stevige sculpturale balkvormige vazen met een grijsblauw kraterglazuur toont hij steengoed dat hij met een vlotte toets beschildert met matte grijsblauwe en zwartblauwe oxides. Uit dikke plakken grove klei bouwt hij grote schalen. Hij introduceert intense diepblauwe en mosgroene kristalglazuren.

Joost Maréchal overlijdt plots in februari 1971. Dat maakt op abrupte wijze een eind aan zijn artistieke elan. De kracht van zijn keramische werk schuilt in de ongekunstelde eenvoud, de subtiele glazuurnuances en de stille authenticiteit.